Een jaar of 3 geleden trapte ik er in: lief maar al wat moe meisje aan het einde van een lange grauwe zaterdag in de supermarkt met een klembord, een pen en een petje met "De Gelderlander" boven haar witte gezicht.
"Doe mij maar zo 'n abonnement. Ja hoor." Het was, meen ik,voor 3 maanden. Ach ja.
Binnen een week had ik 5 ochtenden per week de krant in de bus. Zo'n regiokrant die misschien aardig was voor erbij. Maar binnen 2 weken dacht ik daar anders over. Ten eerste bleek het hebben van een ochtendkrant een dagelijks presentje, ten tweede bleek het internationale nieuws veel uitgebreider en informatiever dan ik verwacht had, ten derde was het dagelijkse regionale nieuws een aanleiding om mijn woonomgeving beter te leren kennen en te verkennen en ten vierde kreeg ik er twee nieuwe papieren vrienden bij: Thomas (Verbogt) en Jo (Wijnen). De liefde is uiteraard totaal eenzijdig, maar dat is inherent aan het fan zijn van een publieke mediafiguur, in dit geval dus 'de columnist'.
Thomas schrijft elke dag een nieuwe column: mijn bewondering voor hem is immens en zijn stukjes doen de ochtenden altijd even glimmen. Ik wil graag eens uitgebreider over hem schrijven.
Maar nu moet het over Jo gaan.
Jo is, niet alleen afgaande op zijn foto, maar vooral uit de teneur van zijn stukjes, een generatiegenoot.
Dat is trouwens lang niet altijd een reden om iemand te waarderen. Integendeel soms.
Een dezer dagen schrijf ik verder Hieronder vast een citaatje uit DG uit 2007 (!) waaruit in elk geval blijkt dat Wijnen niet alleen míjn idool is. Al voel ik me hierdoor wel stokoud. Soit. Of "Shit!"Maar dat laatste is helemaal niet in Jo's geest en ik streef naar een volmondig 'Soit'.
Er staan zo’n dertig lege stoelen in de foyer van de Wijchense
bibliotheek. Ze wachten op de lezing die Gelderlander-columnist Jo
Wijnen gaat geven. Lang blijven ze niet leeg. Wat heet, het aantal
stoelen moet meer dan verdubbeld worden tot uiteindelijk ongeveer
zeventig aandachtige luisteraars een plek hebben gevonden. Veel zilveren
haren.
Jo Wijnen (68) is hun idool. De man die hún wereld
schildert in mildhumoristische tonen. Stukjes die gedompeld zijn in
contemplatie en levenswijsheid.
Levenskunst, daar zou het over
gaan. En zingeving. Het is een gevaarlijk woord, vindt Wijnen,
zingeving. „Alsof het een recept is dat voor iedereen werkt.“

Geen opmerkingen:
Een reactie posten