Marijke is -door toe te geven aan iemand die frauduleuze slaatjes slaat uit de na-oorlogse woningellende- eindelijk huurster kunnen worden van kamers met kookgelegenheid. Dat is eigenlijk te duur voor haar, maar ze is buitengewoon blij met haar zelfstandigheid én er is een "welvoorziene leeszaal" in het naastbijzijnde grote dorp.
Ze leent enkele boeken en als ze het te kwaad met zichzelf heeft, kan ze, door zich te verliezen in een verhaal, haar sores even vergeten.
Ze heeft een roman geleend die het lot beschrijft van een getreiterde jongen die in wanhoop- uit zelfverdediging- zijn broer wil vermoorden. De jongen uit de roman schreeuwt zijn ellende uit:
"Martelend gewroet" is dat en in de bijbehorende monoloog in het boek komen de woorden 'God' en "God allemachtig" voor: maar daar doorheen zijn "twee vette kwaadaardige potloodstrepen" gekrast.
Marijke ontplóft als ze die krassen ziet in het bibliotheekboek:
"Ze (Marijke) zou willen slaan, trappen, vermorzelen die lamlendige kwezel met haar schijnheilige potloodstreepjes. Bah, driewerf bah! Heel Nederland moest maar naar de bliksem gaan met zo'n mentaliteit. Niets hadden ze ooit geleerd, zelfs niet van een verschrikkelijke oorlog en in eigengereide kleinzieligheid schrapten ze verscheurende wanhoop van een medemens met een potlood uit, dik-aan zelfingenomen met hun eigen bekrompen ikje. O, ze zag het uitgestreken, bigotte gezicht voor zich --
[...] M'n hemel, waar raakte ze zo opgewonden over! Ze was er totaal uit, dat had dat ellendige mens met haar misselijke streepjes in andermans boeken bereikt. "
| illustraties via internet uit Yblog en dit blog: |


ik herken mezelf heel erg in Marijke met haar ´driewerf bah´ over de potloodstreepjes. En kan me ook heel erg vinden in het idee dat een strepende mens een lamlendige schijnheilige kwezel is! Helaas zijn er nog steeds van dit soort strepende lieden en komen we dus nog regelmatig potloodstrepen tegen.... grrr
BeantwoordenVerwijderen