zondag 20 oktober 2013

Fenna (7)


Eten was zo mogelijk nog problematischer dan wonen. Evenals als kleding, schoeisel, textiel en brandstof was eten 'op de bon' . Mijn moeder heeft de distributiekaarten van mij en van mijn broers altijd bewaard.( Tot mijn stomme verbazing zie ik dat dergelijke bonnen nu zelfs op Marktplaats worden aangeboden! )

Ik heb me nooit gerealiseerd dat die distributie zo 'n grote invloed heeft gehad op het dagelijkse leven, begreep ik ook niet waarom mijn moeder ze zo zuinig bewaard had;  tót ik TihV las. Voor de grap heb ik het boek 'gescand' en er zijn minstens 14 vermeldingen over bonnen en stamkaarten.

Marijke wordt er al binnen een dag mee geconfronteerd op haar eerste logeeradres, bij de gastvrije  broer van vriendin Nelleke, wiens huishouden bestuurd wordt door de vakkundige maar snibbige juffrouw Korver:
"Als u nog vijf dagen blijft, zou ik wel graag een paar broodbonnen, wat boter en vlees van u hebben."
"O zeker". Bereid rukte Marijke de wonderkaarten uit haar tas. "Neemt u er af, wat u hebben moet, ik heb er geen verstand van."
"Dat moet u toch zien te krijgen. Ik ben eerlijk, maar er wordt o zo graag misbruik gemaakt van uw onwetendheid".
Dat gebeurt later inderdaad. In een overhaast opgericht pension voor repatrianten, ergens in de kop van Noord-Holland. Marijke is daar ten einde raad terecht gekomen, maar ze wordt al snel beticht van klaploperij. Als de periode van zes maanden' dubbele rantsoenen voor repatrianten' voorbij is, is haar aanwezigheid duidelijk niet langer gewenst. Heel erg kan ze het niet eens vinden, want het eten was er extreem karig; de bonnen werden duidelijk niet alleen gebruikt voor de pension-bewoners.

 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten