woensdag 16 oktober 2013

Fenna (4)


Hoe seksualiteit in dit boek behandeld wordt, vind ik eveneens zo nieuw, tenminste nieuw in een boek voor de oudere jeugd in 1951.
Bijvoorbeeld over (niet meer) of voor de eerste keer menstrueren:
Marijke is als jonge weduwe (29) uit Indië teruggekomen. Na haar eerste nacht op nederlandse bodem staat ze zichzelf te bekijken in de spiegel:
"Ja, ze was oud, afgeleefd, al haalde ze de dertig nog niet. Je moest jezelf nu maar direct goed inprenten: met deze drie jaar kampleven was de jeugd eens en voorgoed verspeeld. De kans op kinderen krijgen was voor hen allen immers ook verkeken; ze functioneerden niet normaal meer. Dat was voor haar heel wat minder erg, dan voor de getrouwden, die haar mannen wel terug gevonden hadden; maar het nam niet weg, dat het wel een bittere pil was, jezelf op je dertigste, op het moment, dat er weer een glimpje uitzicht op echt leven schemerde, te moeten confronteren met het feit, dat je nu voortaan bij de vijftigers hoorde."
Naarmate de roman vordert, blijkt dat Marijke een miskraam heeft gehad. Tegenwoordig is er aandacht voor een miskraam;als ouders mag je daar verdrietig om zijn. Tegenwoordig. Want dit is nog helemaal niet lang zo: in mijn jeugd werd er altijd heel besmuikt over gedaan en er lang bij stilstaan was absoluut 'not done'.
Daarom ben ik ook zo verwonderd dat Marijke erover praat met haar beste vrienden, die veel begrip voor haar tonen.

Kort voor de kampperiode heeft Marijke begrepen dat haar man gesneuveld is. Ze is dan in verwachting, maar: "....het kind liet me ook volmaakt onverschillig, als het niet bewoog vergat ik het, en als ik het voelde was het me een te zware last bij dit andere. 'k Voelde me koortsig en vond kinine bij Nelleke, die ik eerst zonder er bij na te denken genomen heb. Daarna besefte ik ineens wat het voor gevolgen kon hebben en nam toen nog meer."

Een póging tot abortus dus. Dat moet in 1951 een deel van het lezerspubliek toch rauw op het dak zijn gevallen, want Marijke is wél de heldin in dit verhaal en ze gaat, zoals gebruikelijk in een meisjesroman, een alleszins veelbelovende, gelukkige toekomst tegemoet aan het einde.
Wat een lef van Fenna. 

Afbeelding is een door mij bewerkte foto uit een serie die Alfred Eisenstaedt maakte in 1943 op Penn Station New York (via Tumblr/Life)







Geen opmerkingen:

Een reactie posten