dinsdag 15 oktober 2013

Fenna (3)

Afbeelding verkregen via http://www.beeldbankwo2.nl/
Het is niet moeilijk om de punten op te noemen die zo opvallend zijn in een in 1951 voor de oudere jeugd gepubliceerd werk. Natuurlijk: ik ben geen historica of literatuurdeskundige en ik zal het ook niet erg vinden als iemand me kan aantonen dat er wél genoeg aandacht was in nederlandse lectuur (ik maak onderscheid tussen literatuur en lectuur)voor psychische problematiek bij oorlogsslachtoffers, alleen: ik kan het me niet heugen .

Ik ken de gedichten van engelse soldaten na de eerste wereldoorlog, zoals Wilfred Owen en Siegfried Sassoon. Via de romans van Pat Barker weet ik dat de psychiatrie tijdens en na WO I voorzichtig begon te onderkennen dat oorlogservaringen konden leiden tot ernstige gedragsproblemen of zelfs waanzin.
Maar in huis-tuin en keukenlectuur in de nederlandse jaren 50 ?

Fenna Feenstra  laat in TihV één van haar hoofdfiguren, de marine-arts Jan, duidelijk lijden aan wat tegenwoordig een posttraumatisch stress syndroom wordt genoemd. Nee, behandeld wordt het niet en zijn naasten begrijpen weinig meer van die zo veranderde man, maar de schrijfster wel.

 Het toppunt van ellende komt op het moment dat Jan, vanwege betoonde moed, een koninklijke onderscheiding krijgt:
"De volgende morgen stond hij straf in de houding voor het front van de aangetreden bemanning. Het soepele staan, dat iedere officier van gezondheid zich voorbehoudt als zijn recht, gegrond op zijn wetenschappelijke, onmilitaire opleiding had hij prijsgegeven in zijn ondraaglijke zielspanning. Stram klemde hij de vingertoppen zijn been, nu het vuistballen hem ontzegd was. Zijn kaken spanden zich en met nietsziende ogen staarde hij naar de hemel boven het hoofd van de commandant, die met forse heldere commandostem het koninklijk besluit voorlas. De waarderende woorden, die zijn daden van moed en zelfopoffering deden herleven en ontroering en eerbied brachten in de roerloze stilte van de strakke mannenrijen, waren hem zweepslagen  waarvan hij de pijn in deze openbaarheid nauwelijks verdragen kon. Het was of hun striemen de volle ellende van het Siamkamp opnieuw in zijn hart kerfden in ondragelijke martelpijn. Het zweet begon op zijn voorhoofd te parelen."

Dat zijn, voor de oorlog zo gelukkige huwelijk, onder zijn pijn heeft te lijden is voor ons geen verrassing na alle verslagen van de gevolgen van PTTS, maar dat er in dit boek al gesproken wordt over dit aspect, vind ik zó verrassend.
Nelleke denkt dat Jan niets meer om haar geeft, want behalve een aai af en toe is er geen lichamelijk contact:
"Waarom, o God, waarom was dat?- Had haar ziekte alles gedood en bedorven? - Maar dat was toch niet billijk. Ze bloeide immers zo heerlijk weer op, ze snakte naar zijn armen, zijn liefde, zijn hartstocht.-Hij wist dat drommels goed; de nachten dat hij naast haar lag, was de kamer zwoel vervuld van haar verlangen, dat moést hem omvatten en roepen. Hij reageerde nooit.-
Tja, Jan weet het ook wel, maar:
 "En wat deed hij voor Nel? Het lieve kind zat zo merkbaar te verlangen naar meer van hem, en hij had niets te geven, Ze had het maar niet door, wat een hopeloos wrak hij was, doodsbang voor het leven, voor het huwelijk, en 't meest bevreesd voor alle diepere emoties, die de hele doorstane ellende met één stootje als een lawine weer over hem zou uitstorten."
[ wordt vervolgd]



Geen opmerkingen:

Een reactie posten