Dordrecht, deze keer. Omdat ik eventjes in een huis mag wonen daar. Midden in het historisch centrum, zoals dat heet. Wat een luxe: de deur uit en meteen in een levendig openluchtmuseum. En dat water en die wijde lucht overal! Nog geen minuut lopen en ik zit op een bankje aan de Hooikade. De avond valt, het is bijna half 10. Het water is donker en onrustig, en er is zo véél van. De waterbus naar Zwijndrecht komt aan, lost wat fietsers, laadt wat fietsers en zet koers naar de overkant. In de verte ligt de grote spoorbrug, van tijd tot tijd rijdt er een goederentrein of een snelle personentrein over - in zwart silhouet tegen de in kleuren uitdovende avondhemel.
Dichterbij ligt een grote aak, de Willem van Oranje, waar een personenauto in een takel boven de laadruimtes hangt. Iemand roept, en de auto schommelt naar beneden. Kan de schipper even naar zijn moeder in Dubbeldam rijden, denk ik.
Een scooter, bestuurd door een vrouw glijdt de kade op, de achterop zittende man heeft 2 vishengels vast, in elke arm één. Zonder een woord te zeggen springen ze van de scooter, de vrouw neemt één hengel over en het stel werpt meteen uit. Na een poosje durf ik zachtjes te vragen waar ze op vissen. "Snoekbaars. Opkomend tij, hè?" Dat ik dat niet weet. Het geeft niet, ik weet alleen dat deze avond erg deugt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten