Ik mag dus wel zeggen dat ik gisteren een Grote en Moedige Daad stelde door in te gaan op mijn eigen benepen voorstel om maar 's een eindje te gaan fietsen.
Al na een half uurtje had ik er helemaal schoon genoeg van: het fietspad in het bos is smal en ik had voortdurend tegenliggers; ik was vergeten te lunchen en had wat de Vlamingen noemen, hongerklop. Ik moest afstappen en bibberend en zwetend in het gras gaan zitten met mijn flesje water en moderne Liga-koek en vruchteloos piekeren over m'n belabberde fysieke toestand.
Na een kwartier of zo ging het wel weer, maar nog evengoed mismoedig hervatte ik de tocht.
Er kwam een opleving toen ik een onverharde weg ontdekte waarvan ik het bestaan niet vermoedde. Tot enkele jaren geleden maakte ik geregeld tochtjes in de buurt en ik meende alle weggetjes wel te kennen, maar dit brede pad was compleet onbekend voor mij. Dat was leuk! Plotseling hoorde ik het ruisen van de volle bomen, voelde de wind verkoelend op mijn klamme lijf, zag het spel van licht en schaduw op de stoffige zandweg en de geur van bos in augustus bracht me zoveel prachtige zomers terug in herinnering.
Maar na een paar zalige kilometers kwam ik weer op bekend terrein, helaas ook nog vreselijk vals plat (dan haat ik deze omgeving en snak naar de Flevo-polder- of een fiets-met-hulpmotor) en het was gedaan met de mooie gedachten en fijnzinnige sensaties. Het was weer domweg zwoegen en de al laagstaande zon scheen me gemeen in de ogen. Maar eindelijk zwabberde ik toch de straat in waar ik woon.
Maar dan! Van de fiets af, biertje, benen op de tafel, en bovenal: tevreden zijn over mezelf. Omdat ik wel weet dat alles beter is dan stilletjes in je hok blijven. En dat lamlendigheid in de buitenlucht, gegarneerd met fysieke inspanning, te verkiezen is boven indoor-lamlendigheid in ledigheid.
Het deugt, zo'n zondagmiddag. Toch wel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten