Op het moment dat ik die pompoen kocht (vorige week) moest ik iets overwinnen: schroom en lichte afkeer. Maar er was toch ook een gevoel van “Nu hoor ik er bij, bij de Pompoen-Eters” en dat zorgde tegelijkertijd voor sentiment dat neigde naar trots of iets trots-achtigs.
Waarom ‘schroom en afkeer’?
Totaal irreĆ«el waarschijnlijk, maar ik verdenk Pompoen-eters ervan dat ze, hoewel je het op het eerste gezicht niet zou zeggen- zijn blijven steken in de jaren zestig van de vorige eeuw, met een hang naar alternatief leven, zeewier kauwen, Mellie Uyldert lezen, eurithmisch dansen en mandala’s tekenen.
Daarnaast voel ik voor de pompoen dedain omdat ik de vrucht (groente?)
als kind niet anders kende dan vermomd als koets in Walt Disney’s Assepoes: toegestaan in dommig veramerikaanste sprookjes, maar te min voor Europese erudiete volksverhalen. ;)
Tenslotte: ik vind de dwangmatigheid en commerciĆ«le initiatieven om in Europa het Halloween-feest te gaan vieren absoluut verwerpelijk en zoals (helaas) iedereen tegenwoordig weet, speelt de uitgeholde pompoen daarin een prominente rol. Waarom ‘trots-achtigheid’?
Omdat ik, ondanks mijn afkeer, toch de moed had om voor het eerst van mijn leven een pompoen aan te schaffen. Tenslotte zijn vooroordelen er om overwonnen te worden en als dat gebeurt krijgt je ego een opkikker.
Verder wilde ik de verdenking van pompoen-eters als belegen alternatievelingen nader onderzoeken. Ik moet namelijk toegeven dat er zich pompoeners bevinden onder door mij heel gerespecteerde mensen.
Let maar eens op in grote gezelschappen: de pompoen-genieters vormen, zodra ze hun culinaire liefde voor de vrucht/groente aan elkaar bekend hebben, een groep binnen de groep: een stelletje culi’s dat duidelijk trots is op elkaars bijzondere en originele smaak. Ik ben snob genoeg om daarbij te willen horen. Het is al erg genoeg dat ik oesters verafschuw, maar niet van pompoen houden is ook nogal ordi. (Wordt vervolgd)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten