zondag 20 november 2011

Pompoen: de Praktijk



Daar had ik hem dan: een pompoen. Mijn eerste. Dit was misschien het begin van een levenslange vriendschap.
De vrucht (of groente) was niet te groot, niet te klein. Heel behapbaar (dacht ik).
Fout.


Met mijn allerbeste mes dacht ik snel het karwei van het klieven van de schil geklaard te krijgen, maar het werd een gevecht van jewelste. Dit had ik nog nooit met wat voor soort groente of vrucht eerder mee gemaakt.
Alleen het besef dat toegang tot een knolgewas minder belangrijk is dan het bezit van 10 complete vingers liet me net op tijd bedaren en na ongeveer 20 minuten was er een begin van toegankelijkheid.
En het idee vatte post bij me, dat nu het ergste achter de rug was.  Als deze vesting was genomen zou er vast een soepele, sappige inhoud voor me klaar staan, zo-één waar het mes zonder enige hapering doorheen zou glijden, zoals bij een meloen.
Fout!

Er wachtte mij geen mals vruchtvlees, maar een substantie die veel weerspanniger was dan een winterpeen en minstens zo halsstarrig als een knolraap. Ha!  Wat was dat voor een recept waarin sprake was van “snijdt het vruchtvlees in blokjes”? Dat zou alleen een sumoworstelaar of een karate-specialist voor elkaar kunnen krijgen.
Ik althans slaagde er slechts in met veel kracht een soort dikke snippers te verkrijgen, hompachtige snippers.  
Maar de pitten dan? Het verwijderen van de pitten zou verrukkelijk zijn, want het vruchtvlees in de kern was ontegenzeggelijk zacht; eindelijk iets zachts.
En ik verheugde me al op wat ik maar het ‘meloen-gevoel’ zal noemen:
Die soepele polsbeweging waardoor je met een eetlepel in één simpel gebaar alle kernen verwijdert. Dat is altijd zo’n bevredigend gebaar; zou het hier uiteindelijk ook zijn.
Fout!!


In tegenstelling tot meloenpitten zitten pompoenpitten niet knus saamhorig dicht bijeen, maar warrig en chaotisch door elkaar. Vervelend springerig verstopt, soms centimeters verwijderd van elkaar.
Als je denkt ze er uiteindelijk toch allemaal met veel geduld uitgepeuterd te hebben, heb je het altijd mis. Dat merk je wel bij het eten.  (Wordt vervolgd)
-----------------------------------------------------------------------------------------------------
Is dit nou een ding dat deugt? Op het eerste gezicht zou je dat niet zeggen. Maar Piet heeft een kleine oorlog gewonnen en de pompoen in een toestand gebracht voor verdere verwerking. Dat deugt wel degelijk.


3 opmerkingen:

  1. Hoe herkenbaar, dat gevecht met de pompoen! Het is dat ik de soep ervan zo lekker* vind, anders zou ik nooit uit vrije wil aan dat gehak beginnen. Ik ben erg van het fysiek afreageren van frustraties op dingen die geen kwaad (terug) kunnen (doen) maar niet als daar een mes aan te pas moet komen; ook ik ben erg op mijn vingers gesteld.
    Kijk jij sinds deze ervaring nou ook niet met bewondering naar die Haloweenpompoenen? Niet omdat ze zo fraai zijn maar omdat iemand het zomaar voor elkaar gekregen heeft om dat ding uit te hollen en er gaten-op-de-juiste-plekken in te snijden?

    (*Mijn voorkeur voor pompoensoep bestaat overigens pas sinds een jaar of wat, in de 60-er jaren wist ik niet eens dat de pompoen echt bestond.)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Bijna niemand kende tot voor enkele jaren de pompoen als eetbaar ding; het is weer een voorbeeld van een 'ding' dat is overgewaaid uit de VS en hier moet worden geïmplementeerd in onze cultuur, net als Halloween.
    (Gisteren hoorde ik een radioprogramma van een half uur waarin gepleit werd voor invoering van Thanksgiving in Nederland.)
    Ik heb trouwens goed nieuws voor je: er bestaat ook pompoen in blik.
    http://www.librarysupport.net/mothergoosesociety/rhymes/peterpeter.html.
    En ik heb inderdáád ontzag gekregen voor het vakmanschap van de 'uithollers'.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik heb een paar keer met gevaar voor eigen vingers pompoensoep gemaakt. Ik ben linkshandig wat het nog erger maakt. Levensgevaarlijk eigenlijk, pompoenen doorklieven.

    BeantwoordenVerwijderen