zaterdag 11 mei 2013

Boven was het nog stiller dan gedacht


Ik was best benieuwd hoe dat had uitgepakt: een verfilming van de roman "Boven is het stil" van Gerbrand Bakker. Dus bestelde ik al 's middags kaartjes voor de avondvoorstelling (om er in de zaal achter te komen dat er nog vier andere mensen zaten...)

Het sterkste van Bakker's boeken zijn de dialogen. Die zijn er niet. Of nauwelijks. De mensen praten wel, maar hebben geen gesprekken. Levensechter kun je het niet hebben. En het neemt de personages bijna altijd voor je in omdat de bijna-sprakeloosheid die hen kenmerkt deerniswekkend is. Als je niet beschikt over 'flux de bouche' ben je weliswaar weerloos, maar ook vele malen sympathieker dan de praatjesmaker. Tenminste: als die stille mensen door Bakker bedacht zijn, (want er zijn natuurlijk ook genoeg stille stiekemerds en gluiperds.)

Helmer, de ongeveer 50jarige boer uit het boek is erg spaarzaam met woorden en maakt niet af nauwelijks contact met anderen. Dat is geen keuze; hij kán het gewoon niet omdat hij zo ongelukkig is met zijn leven zoals dat verlopen is. Zijn leven lang heeft hij geweten dat zijn ouders liever hadden gehad dat hém het dodelijk ongeval was overkomen dat zijn broer overkwam. En hoewel hij zijn zelfgekozen toekomst opofferde en tegen zijn zin het boerenbedrijf overnam van zijn vader heeft hem dat niet de dankbaarheid van zijn ouders opgeleverd. Naast dat weinig fleurige bestaan ben je dan ook nog eens homosexueel, maar daar in dát milieu uiting aan geven is volkomen onbestaanbaar.
Kortom: de boekenHelmer vond ik vrijwel meteen heel aardig ( je begrijpt zijn bokkigheid zo goed, je hebt medelijden) en mét hem neem je stelling tegen de hoogbejaarde knorrige vader die, zachtgezegd, niet erg aardig wordt behandeld door zijn zoon.
Ondanks het zompige bestaan en de tragische accenten is 'Boven is het stil' beslist geen deprimerend boek, ook zonder het uitzicht biedende einde is er genoeg aardigheid in het leven: aardige buurvrouw, leuke buurjochies, en het soms boerzoektvrouwachtige genieten van ruimte, landschap en dieren.
Dat is dus het boek.
Maar dan de film.

Regisseuse Nanouk Leopold heeft totnutoe films gemaakt waar ik nooit naar toe wilde als ik de recensies had gelezen en de trailers had gezien. Arthouse-films in de slechte betekenis van het woord: artificieel, wat aanstellerig 'moeilijk', afstandelijk.
Maar nu zij Gerbrand Bakker heeft verfilmd? Met Jeroen Willems in de rol van Helmer?

De film is duidelijk een echte 'Leopold' en geen "Bakker', maar dat wil niet zeggen dat het een film is waar ik niet graag naar keek: het is géén afstandelijk arthouse-"ding", maar het is een andere' Boven is het stil' dan het boek.
Hier is een Helmer waarvan je niet gaat houden. Hier is een totaal invalide oude man, de vader, met wie je  medelijden hebt: omdat hij weet dat hij stervende is en die zó hulpeloos is en verzorgd  moet worden door een zoon die duidelijk laat merken dat hij dit een uitgesproken rotkarwei vindt.
 Hier is ook een viezige en wat drabbige boerderij (bestaan die nog tegenwoordig? ) waar het idyllische ver te zoeken is. [De aankleding van de kamers en de keuken is overigens grandioos. Deze  rekwisiteurs moeten geweldige mensen- en dingenkenners zijn. ]

Gerbrand Bakker speelt een figurantenrolletje, op de manier waarop Hitchcock ook altijd even voorbij flitste in zijn films en ik denk dat de schrijver heel tevreden is met deze film naar zijn boek, al geeft die een heel ander gevoel dan het boek. De sfeer is voor het grootste deel beklemmend (in tegenstelling tot het boek) maar het is een opluchting dat Helmer óók in de film eindelijk een soort bevrijding ervaart zodat je niet sloffend en zuchtend de zaal uitgaat.

Voor de lezer en kijker die ik ben is het boeiend om één gegeven zo mooi zo divers te zien verbeeld. Wat doet taal, wat doen beelden en geluid?








1 opmerking:

  1. we gaan dit boek met de leesclub lezen en misschien de film kijken, dus ik lees je verhaal nog even niet helemaal, maar na afloop.... grtjz

    BeantwoordenVerwijderen