zondag 4 november 2012

Spraak- en andere verwarring

Picture this: een jonge, vriendelijke man met een klein dochtertje aan de balie van de jeugdafdeling in de bibliotheek waar ik zelden werk en me dus niet zo zeker voel als zou moeten.

Het kindje, 2 en een half, schat ik, klautert uit vaders armen op de tafel en roept: Mama kwijt! Mama kwijt! maar dat is niet alarmerend, want de vader, in heel gebrekkig nederlands, verklaart dat het om een boek gaat dat zijn dochtertje persé wil meenemen. Het is een poosje terug aan haar oudere zus voorgelezen en nu wil zij het óók.

Omdat ik niet meteen weet om welk (prijswinnend nb! ) prentenboek het gaat (beschamend, vind ik later) denk ik aan het verhaal van Olivier, het beertje dat zijn ouders kwijt is, en ik vraag of er een beer op de voorkant staat.'


 Nee' zegt de vader beslist,' een karendél'.
Omdat ik uit eigen ervaring maar al te goed weet hoe beschamend en onbegrijpelijk tegelijkertijd het is om in een vreemde taal niet begrepen te worden door de native speaker, laat ik razendsnel allerlei mogelijkheden voor een 'karendél' door mijn hoofd gaan. O, ik ken dat gevoel zó goed: je doet je uiterste best die vreemde taal te spreken, je denkt hovaardig ook nog dat je het er toch prima van af brengt? maar de native speaker kijkt je  eerst volslagen blanco, gaandeweg wanhopiger en tenslotte verbijsterd aan: waar hééft dat mens het toch over? (Wil je deze situatie echt volmaakt beschreven zien, lees dan Remco Camperts "Tot zoens" eens).Maar hoe vervelend ik het ook vind: ik moet er uiteindelijk verbijsterd uitzien, want de jonge vader roept: 'Ik srijf! Ik srijf! en hij pakt een pen en papier van het bureau en schrijft:  'Krokadel'.
'Óoo', roep ik opgelucht 'Krokodíl!!'
En met de zoekfunctie 'woorden'  in de catalogus vind ik warempel het volgende boekje,


maar het kindje kijkt naar het plaatje , vader en ik kijken gespannen naar haar reactie, en er komt een gedecideerd 'Nee!' uit haar mond. Wat een teleurstelling! Dan kom ik op het lumineuze idee om na te gaan welke boeken er de laatste tijd zijn uitgeleend aan het oudere zusje en ja: alras roept het dochtertje: "Jáááá. die!' en ik roep verbluft 'Maar dat is een uil' en de pappa haalt verontschuldigend zijn schouders op: 'ik was beetje vergist'  maar dat is zo begrijpelijk, vind ik. ( Ook ik herinner me beelden vaak heel anders dan ze in werkelijkheid zijn.)
Dat ik niet meteen goed naar de peuter heb geluisterd en haar woorden niet letterlijk nam: dát deugt helemaal niet. Dat er een stralend kind de deur uitgaat: dat deugt dan weer wel. Maar het had veel beter en sneller gekund. Foei.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten