Deze week heb ik "The Artist" gezien in de bioscoop.
Een Franse film, maar met een grotendeels uit niet-Fransen bestaande cast in Los Angeles opgenomen
Het is een perfecte pastiche op Hollywood in de jaren 1927-1932: zwart-wit, formaat 4:3, én het is een stomme film. Er wordt dus wel gesproken, maar je hoort niets. Af en toe is er een geschreven tussentekst en er is overdadig achtergrondmuziek die de stemmingen moet onderstrepen. Het onderwerp van de rolprent is de opkomst van de geluidsfilm en de onmiddellijke devaluatie van de stille film. Het verhaal rond dit thema is helemaal Hollywood 20ger jaren, een melodrama van jewelste, met nog net op tijd een happy end.Hoewel duidelijk is dat deze film volmaakt is wat betreft camerawerk, acteerprestaties, kleding, kapsels en decor, is het resultaat voor mij toch in de eerste plaats 'vermakelijk' en ik vrees dat ik over enkele maanden nog maar weinig herinneringen heb aan deze film, maar ook dat was volgens mij het doel van veel Hollywoodfilms: de mensen een paar uur ontspanning bieden, niet meer en niet minder.
Wat me frappeerde was de rust die een stomme film geeft. Geen kakelende mensen met afleidende stemmen, geen autolawaai, geen omgevingsherrie. Er is één scène waar de regisseur wél normaal geluid laat horen en dan klinkt alleen het neerzetten van een glas al als een pistoolschot.
Het is natuurlijk een opname van niks, maar het is niet daarom dat ik treurig word als ik ernaar kijk.. niks vermakelijks aan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten